Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

14 Matrozen en de Schipper...als gids

Eerst verzamelen...

Matroos.


 Matrozen dat zijn mannen met baarden.

" Al die willen ter kaperen varen

moeten mannen met baarden zijn."

Schipper.


" Jan, Piet, Joris en Korneel

die hebben "geen" baarden !!!

die hebben "geen" baarden !!! " x2

"Maar varen toch mee "

Is dat liedje wel juist ?

Iedereen aan boord !!!

Was het nu ?

Met bootje naar Damme.

Langs waar we zijn gekomen.

Damse Vaart

De Damse Vaart werd op bevel van Napoleon gegraven (vanaf 1810), vandaar ook de alternatieve benaming "Napoleonkanaal".  Deze graafwerken werden nota bene uitgevoerd door Spaanse krijgsgevangen, "afstammelingen" van de heren die niet zo lang voordien de scepter zwaaiden in de Nederlanden.  Het kanaal moest deel uitmaken van een netwerk van kanalen langsheen de kust die een snelle bevoorrading van de Franse soldaten moest mogelijk maken en tegelijk vermeed Napoleon daarmee de confrontatie met de machtige Engelse marine.

We zijn gestart !!!

Met Jan op kop Suivez le guide.

Damme 1168

Historisch plan.
Damme 1168


Vanaf midden 11e eeuw verzandde de waddenzee voor Brugge geleidelijk, maar in de eerste helft van de 12e eeuw kreeg Brugge nogmaals een directe verbinding met de Noordzee: overstromingen hadden een diepe en brede geul achtergelaten, het Zwin.

Aan het Zwin ontstond de haven van Letterswerve (toltarief Diederik van Elzas circa 1160). Op het einde van de vaargeul werd later ter beveiliging van het hinterland door Filips van de Elzas een dwarsdam gebouwd in het jaar 1168. Achter de dam ontstond een nieuwe haven, Damme.

Speyebrug - Speystraat te Damme: Tracé gaat terug op de Reie, de oude waterweg van Brugge naar Damme, die doorheen het Damse stadscentrum langsheen de z.g. "Grote Speye" loopt. Deze sluis of "spui", eigendom van de stad Brugge, geeft toegang tot de Damse haven en wordt samen met de Speibrug in het tweede kwart van de 13de eeuw opgetrokken ter hoogte van de kruising met de Kerkstraat, weergegeven op o.m. kaarten van Jacob van Deventer (1550-1565) en Marcus Gerards (1562).

Schepen



Damme behoort hiermee tot de reeks van de havensteden die door de Vlaamse graven Diederik van de Elzas en Filips van de Elzas ter bevordering van het economische leven langs de Noordzeekust gesticht werden.

Andere steden die tot deze reeks behoren zijn Grevelingen, Mardijk, Duinkerke, Nieuwpoort en Biervliert.

In plaats van getijdevaart konden de grotere schepen, vooral de kogge, nu tot dicht bij Brugge varen.

Mits overlading in Damme op binnenschepen was Brugge nog steeds bereikbaar.

Het wapenschild van Damme.

Het wapenschild - De Vlag

De oorsprong van de vlag en het wapenschild van de stad vinden hun oorsprong in een legende. Damme heette vroeger Hondsdamme, dat eigenlijk van "honte" komt. Honte is een oud woord voor een modderig gebied aan een monding. Aan de verbastering tot "hond" werd achteraf een legende gehangen.

De Legende.

Damme Wapenschild

De duivel zelf zou in de gedaante van een hond in Damme heel wat schrik aangejaagd hebben bij de bewoners. Na drie dagen vol gehuil ontstond er een storm die een bres in de dijk veroorzaakte. De dijkbouwers joegen op de hond, maakten hem af en stopten de bres dicht met het duivelse dier. De duivel was verslagen en het gat was dicht. De duivel en het oprukkende water waren verslagen, Damme was gered.

De Hond.

De hond mag dan wel een symbool zijn in het Wapenschild van Damme, maar waar die soms met zijn staart blijf hangen dat wil ik als webmaster niet weten.

De Hond

Tijl Uilenspiegel.

Tijl Uilenspiegel is een personage uit onder meer de Nederlands-Duitse folklore. Volgens de sage was Uilenspiegel een deugniet die vrij als een vogel in de zestiende eeuw door de Nederlanden en Duitsland (in het Duits bekend als Till Eulenspiegel) trok en iedereen voor de gek hield met zijn streken. De roman van De Coster wil dat Uilenspiegel is geboren in Damme, waar één van de vele standbeelden in Europa staat, die Tijl moet voorstellen. De sage wil voorts dat hij in 1350 in het Duitse Mölln is gestorven. Hier kan zelfs een graf worden bezocht dat wordt toegeschreven aan Tijl.

Verhalen.

Tijl Uilenspiegel

De eerste verhalen over Tijl Uilenspiegel verschenen rond 1500 in Duitsland. Herman Bote, stadsklerk van Brunswijk, schreef een aantal grappige anekdotes over een personage genaamd "Dyl Ulenspeghel". Deze middeleeuwse Uilenspiegel verschilt op veel punten van de latere negentiende-eeuwse roman: de politieke en maatschappijkritische dimensie ontbreekt en de humor is veel platvloerser, op het vulgaire af. Zijn naam verklaart zijn talent mensen voor de gek te houden. De uil was toen nog een symbool van domheid (vandaar dat er op schilderijen van Jheronimus Bosch bij domme personages vaak een uil te zien is, vergelijk ook het woord 'uilskuiken' en de Vlaamse uitdrukking "'t is nogal een uil." ('t is nogal een domkop)). De spiegel fungeert als ding waarin mensen zich zien zoals ze zijn: "zo dom als een uil". De schalkse Tijl laat de mensen zien zoals ze zijn, zonder enige schroom. De Coster verklaart de naam als: "Ik ben ulieden spiegel," Ulen-spiegel.

Tijl Uilenspiegel.

Een fotograaf

Tijdens deze historische vertellingen werd al eens een foto genomen voor onze reportage.

De Schellemolen.

De Schellemolen.

De molen van Damme kun je niet missen.  Hij staat hoog boven zijn directe omgeving naast de Damse Vaart op één van de meest pittoreske plekjes van Damme.  Dit maakt dat het trouwens één van de meest gefotografeerde molens ter wereld.

Jan geeft zijn uitleg.

De huidige molen werd in 1867 gebouwd op de plaats waar de houten molen eeuwenlang stond en bleef in gebruik tot in 1963.  In 1971 werd hij gekocht door de provincie West-Vlaanderen en in 1975-1977 hersteld.  Het is een beschermd monument sinds 1975 en sinds de restauratie, draaien in de zomer de wieken weer in de wind.  Let ook op het meerminnetje dat boven op de kap staat; een verwijzing naar de legende van de meermin". De molen is open voor het publiek.  

Sint-Christoffelhoeve.

Deze mooie, oude hoeve bevindt zich aan de westelijke oever van de Damse Vaart.  Deze hoeve bestond al in de 16e eeuw onder dezelfde naam.  Het werd een kasteelhoeve (kasteelgoed "de Proostdije ") toen het in 1755 werd aangekocht door kanunnik Van der Stricht, die ook eigenaar was van het gotische huis "de Grote Sterre", op de markt van Damme.

Boven de ingang zien we het wapenschild met lijfspreuk van kanunnik Van der Stricht, die u eveneens kunt zien op de gevel van het huis "de Grote Sterre".  Het complex omvat naast een woonhuis onder andere een wagenhuis, schuur en schapenstal.

Toch heel wat geschiedenis in Damme.

Interessant die uitleg, die Jan zoals altijd met veel overgave naar voor bracht.

Huyze De Grote Sterre.

Net als Huyze St.-Jan, is bestaat Huyze de Grote Sterre ook uit 2 huizen die werden samengevoegd.  Oorspronkelijk heetten de huizen "Sterre" en "Craeynest", wat dan in de 17e eeuw de "Grote Sterre" werd.  Deze twee huizen stammen uit de 13e eeuw en de gevels waren oorspronkelijk wellicht in hout opgetrokken.  De huidige stenen gevels dateren uit de 15e en 16e eeuw.  In 1615 werd dit huis de eigendom van de koning van Spanje.  Gedurende de Spaanse overheersing in Vlaanderen resideerden er de Spaanse militaire gouverneurs.  In de 18e eeuw hoorde het toe aan kanunnik J. van der Stricht (zie ook: Sint-Christoffelhoeve).  Het wapenschild met de lijfspreuk 'Pacem Opto' van de kanunnik prijkt op de gevel boven de ingang.

Het Sas van de Lieve.

In tegenstelling tot Brugge had Gent geen directe toegang tot de zee.  Uit economische overwegingen werd beslist een kanaal te graven tot in Damme.  Geen gemakkelijke klus, zeker niet in de 13e eeuw.  Via een aantal sluizen ("rabotten") werden de hoogteverschillen over deze lange afstand overwonnen en het waterpeil voldoende hoog gehouden voor de scheepvaart.  Dit kanaal uit 1262 was eeuwenlang bijzonder belangrijk voor de stad Gent: het was haar poort op de wereld.  Deze economische levensader mondde uit in de haven van Damme waar goederen werden overgeladen op grotere schepen die via het Zwin naar alle uithoeken van de toen bekende wereld werden verstuurd en omgekeerd.  Deze bijkomende havenactiviteiten leverden Damme uiteraard ook voordelen op.

De Kazematten.

 Heel breed was het kanaal echter niet; via kleine platbodems en bootjes werd de kostbare lading van en naar Gent verscheept.  De plaats waar het kanaal op de Damse havenkom aansloot werd in de loop van de geschiedenis een aantal keer verlegd.  Vanaf 1616 werd het, uit militaire overwegingen, binnen de stad verlegd terwijl het voordien iets ten noorden van de stad op het Zwin aansloot.  Via een overdekte kazemat kwam het kanaal de stad binnen waar de binnenschepen via het sas in de haven terecht kwamen.  Dit sas werd bij opgravingen in 1969 blootgelegd en gerestaureerd.  Het sas van de Lieve geeft je een goed idee van hoe klein die bootjes toen eigenlijk wel waren.

Kazemat

Kazematten zijn opslagplaatsen voor munitie.  De grootste kazemat kan nog steeds gezien worden van op de haringmarkt.  Dit gebouw werd tijdens de bouw van de vestingen rond Damme in 1616 opgericht.  Langs hier kwam de Lieve tussen 1616 en 1660 de stad binnen.  De Lieve was het kanaal dat Gent met het Zwin verbond.  Dit kanaal mondde voordien iets ten noorden van de stad in het Zwin uit, maar werd vanaf 1616, uit militaire overwegingen, binnen de stad verlegd.  

De Haringmarkt.

Aan de rand van het kleine stadscentrum ligt wellicht één van de meest pittoreske en rustigste plekjes van Damme: de Haringmarkt.  Typerend voor het pleintje zijn de witgeschilderde voormalige armenhuisjes met hun wit/groene luiken. 

Centraal staat een linde: de vrijheidsboom die hier in het begin van de vorige eeuw werd aangeplant en het verbroederingsbeeld van Damme België en Damme Duitsland.De naam "Haringmarkt" verwijst naar de stapelrechten die Damme in de Middeleeuwen had.  Van op het pleintje heb je een heel mooi zicht op de kazemat waaronder de Lieve de stad binnenstroomde en met een beetje geluk ook op een kudde schaapjes.

De Haringmarkt De Haringmarkt

De naam "Haringmarkt" verwijst naar de stapelrechten die Damme in de Middeleeuwen had.  Van op het pleintje heb je een heel mooi zicht op de kazemat waaronder de Lieve de stad binnenstroomde en met een beetje geluk ook op een kudde schaapjes.

De Waterpompen.

Het Zeugsken...

Omdat Damme zo dicht bij de zee lag, was het water er ondrinkbaar.  Om de inwoners toch van zoet water te kunnen voorzien, werd er water vanuit het binnenland aangevoerd.  In 1269 kreeg de stad de grafelijke toestemming om water uit de vijver van het kasteel van Male, enkele kilometers verderop, op te pompen.  Het transport van het water verliep via een systeem van loden buizen (pijpen) langs de Pijpeweg (vandaar de naam).  Op verschillende plaatsen in de stad stonden waterpompen waar de Dammenaars hun drinkbaar water konden halen.

De Onze Lieve Vrouwekerk.

De toren van de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Damme overheerst het polderlandschap.  De kerk is één van de bekendste monumenten van Damme; dit komt vooral door de platte toren.  Kerken met platte torens zijn uniek en komen bijna uitsluitend in deze streek voor.  Ook de kerken van LissewegeOostkerke en St.-Anna Ter Muyden hebben een platte toren.

Kort na het onstaan van Damme was er al een tijdelijke gebedsplaats.  Deze kapel hing af van de kerk van Oostkerke, dat ouder is dan Damme.  In 1225 echter werd gestart met de bouw van huidige kerk (en toen had toren wel een spits met hoektorentjes!).  De stad groeide snel en de kerk werd al snel te klein.  In 1340 werd ze dan ook vergroot.  In 1578 werd de kerk geplunderd door de geuzen, waarna ze tussen 1621 en 1626 werd hersteld.  Het bleef echter niet goed gaan met de stad.  Door de ontvolking die volgde, werd de immense kerk (en de onderhoudsfactuur) veel te groot.  In 1704 wordt voor de eerste maal gesproken over de afbraak van een deel van de kerk.  In 1725 gaf de "Grote Raad " te Mechelen toestemming voor de afbraak.  Het stuk tussen de toren en het huidige kerkgebouw werd gesloopt; de rondbogen moesten blijven staan ter ondersteuning van de toren.  Toen werd ook de vervallen spits van de toren gehaald.  De gerecupereerde  materialen werden verkocht.  

Jacob Van Maerlant.

 Jacob van Maerlant ligt er begraven in de Onze-Lieve Vrouwe Kerk van Damme.

Van de Kerk naar de stad.

D' OEDE SCHOLE

Na de wandeling op restaurant.

Na een gezellige wandeling trokken wij richting Sint-Pieter-Hoeve in Damme om iets te gaan eten. 

Verzamelen.

Na een vrije wandeling door Damme, kort na het eten was het op 15.00 uur terug verzamelen aan het Stadhuis.

Iedereen tevreden naar huis.